Tips voor aanpassingen aan de nieuwe Centaur Class
De tips zijn afgestemd op aanpassingen aan de nieuwe boot, waarmee we ook
wedstrijd zeilen. Echter een groot deel van de tips zijn ook van toepassing
bij oudere boten en niet wedstrijd boten.
Ik heb dit verslag op verschillende plaatsen voorzien
van aanvullingen 2004 i.v.m. verbeterde Centaur door de dealer. Dit is
herkenbaar door deze kleur. Pieter van Kampen heeft een verslag geschreven oven de
nieuwe SP 2004 aanpassingen van de Centaur. De foto's in dit verslag zijn foto's
van onze boot, tenzij het expliciet is aangegeven dat het de verbeterde Centaur
2004 is. Meer hierover kun je hier
lezen.
Door: Inge Duijsens
In juni 2001 kochten wij onze Centaur Class
2259 met als extra opties: een Trapeze, spiboom en hangbanden. In dit verhaal
beschrijven we onze ervaringen met deze nieuwe boot en problemen die we zijn
tegengekomen en hoe we die hebben opgelost. Verder gaan we in op de verschillen
met onze oude Centaur die een hele andere bouw en opbouw had (C 493).
Als je een nieuwe Centaur aanschaft krijg
je die grotendeels ongemonteerd mee. D.w.z. Met lossen mast, giek en verstagingen.
Aangekomen in de thuishaven moet je hem zelf in elkaar zetten. Echter er is
geen instructieboekje bij dus alles moet je op het gevoel in elkaar zetten.
Bij vroeger gebouwde Centaurs was er wel een instructieboekje en het is jammer
dat ze er nu geen meer bijleveren.
Deze boot is uitgerust met een bankje voor
de stuurman, die aan twee kanten gebruikt kan worden. De gewone gladde kant
voor bij zachte of midden weer en “de onderkant” met dwarsbalkjes voor zwaar
weer. Deze dwarsbalkjes kan de stuurman/vrouw gebruiken als de boot schuin gaat
en er op de kant wordt gezeten voor extra steun voor de voeten. Er zijn
twee problemen mee:
- Als het bankje gebruik wordt met “de onderkant” boven,
dan hangt het bankje aan de bovenkant (loefzijde) aan de houten gangboord
die in de romp van de boot is bevestigd. Na een keer zeilen met zware wind
waren de schroeven waarmee de houten boord vastzat al uit de boot getrokken.
Vervanging door grotere schroeven had geen effect, die kwamen er iets later
ook uit. We hebben dit opgelost door een extra teak houten balkje te bevestigen
boven op het bankje, zodat bij het omdraaien ervan het bankje tegen de (aan
leizijde) houten rail drukt (i.p.v. te hangen aan de rail aan loefzijde).
- Het bankje is tijdens plotseling opkomende harde wind
lastig te draaien omdat de constructie vraagt om het niet alleen om te draaien,
maar ook nog eens horizontaal 180 graden te draaien. Dit is tijdens harde
wind niet door de stuurman uit te voeren. In onze oude Centaur zat er ook
een bankje dat je kon omdraaien, maar daarbij waren de steunen zodanig geconstrueerd
dat je kon volstaan met het allen omdraaien van het bankje, wat goed door
de stuurman tijdens het zeilen te regelen was. Hiervoor is een grotere ingreep
in het bankje nodig waarbij de op de bovenkant van het bakje gemonteerde balkjes
in omgekeerde hoek gemonteerd moeten worden.
Aanvulling 2004: Inmiddels is bij de Centaurs van 2004
en later dit probleem opgelost. Het bankje kan nu met een slag worden omgedraaid
en de houten rail is verstevigd zodat die niet meer loslaat.
 |
 |
De Centaur Class wordt geleverd met rolfokinstallatie.
De trommel van de rolfok was bij onze boot verkeerd om gelast en het lijntje
waarmee je de fok oprolt zat niet met een knoopje vast, maar tussen de twee
gelaste platen geklemd. Gevolg was dat toen we het lijntje waarmee hij is opgerold
lostrokken we het niet meer terug konden plaatsen. We hebben toen een gaatje
moeten boren in de bovenkant van de trommel. Na contact met Zaadnoordijk, bleek
dat alle trommels verkeerd om gelast waren. We konden de trommel in de winter
terugsturen en ontvingen er één retour die wel goed om gelast was, maar waar
helaas de doorvoer van het lijntje (waarmee je je zeil oprolt) scheef bevestigd
was. We hebben de trommel toen bij een plaatselijke RvS lasbedrijf weer laten
loshalen en goed laten lassen. We zagen dat een Centaur met bouwjaar 2002 (C
2289) een ander type trommel had, waarbij het touwtje door een oog werd geleid.
Er is nu (2004) ook een Genua met
rolfokinstallatie verkrijgbaar die ook gereefd kan worden. Bij harde wind is
het dan mogelijk om een deel van het zeil in te rollen.
We vinden de rolfok wel plezierig
wanneer we met vrienden een toertochtje maken of bij harde wind. Het rolfok
rol je onder het zeilen gemakkelijk uit en ook het aanmeren is gemakkelijk doordat
je al zeilend alvast de fok kan wegrollen. Bij zachte wind is het echter een
behoorlijke compromis. Het zeil is vlak geneden en het oppervlak een stuk kleiner
dan van onze Genua. Bij de Centaur wedstrijden merkten we dat we met de rolfok
veel minder hoog liepen dan onze tegenstanders. Dit kwam doordat het voorlijk
van de rolfok bij gewoon hijsen door de druk op het zeil een eind van de voorstag
naar lei doorbuigt. Door bij het hijsen van de fok iemand anders aan de voorstag
te laten trekken kan de fok strakker gespannen worden, waardoor de zeileigenschappen
verbeteren.
Als extra voorziening hebben we door Zaadnoordijk
een trapeze laten bevestigen. Bij de aanschaf van deze nieuwe boot heb ik lang
getwijfeld of we een trapeze zouden nemen. Mijn oude Centaur was zo stabiel
dat een trapeze overbodig leek. Maar achteraf bezien vinden we de trapeze als
je wedstrijden zeilt en ook met hardere wind je op het water begeeft een must.
Hij stelt ons in staat om sneller te varen en de boot beter vlak te houden.
Ook met windkracht 3 á 4 en onze grote Genua gebruiken we de trapeze vaak. De
trapeze wordt standaard geleverd met trapezebroek. Het is wel aan te raden om
van tevoren te bekijken of de maat en het type trapezebroek je bevalt, anders
moet je achteraf weer een andere aanschaffen. De broek is niet erg verstelbaar.
Met de trapeze ondervonden we twee
problemen:
- De bevestiging van de trapeze door het trapezehandvat
vindt plaats met een koordje dat aan één kant geknoopt zit. Na enkele keren
gebruiken wordt dit knoopje aangetrokken en schiet uiteindelijk door het plastic
handvat heen. Gevolg is dat de bemanning volledig overboord valt en de haak
en elastiek naar de bodem van het meer verdwijnen (kosten ongeveer €45). Oplossing:
bij de bevestiging van de haak aan het handvat het lijntje via een lus aan
de haak vastmaken zodat die niet meer door het gat kan glippen.
 |
 |
- Het elastiek dat bevestigd is aan de trapeze zorgt ervoor
dat de trapeze op zijn plaats blijft, maar geeft je toch voldoende ruimte
op soepel buiten te kunnen hangen. Dit elastiek was zonder verdere voorziening
door het achterste oog op het voordek getrokken (op het voorste oog zet je
meestal de onderkant van je rolfok met een harpje vast). Hierdoor sleet het
elastiek snel, omdat het langs de scherpe kant van het oog werd getrokken.
We hebben hiervoor de volgende aanpassing gemaakt. Een touwtje door dit achterste
oog en hieraan een klein wieltje waar het elastiek doorheenloopt. Gevolg,
elastiek slijt nu veel minder en loopt soepel langs de voorkant.
Bij de huidige trapeze installatie wordt het elastiek
door de het dek van de boot geleid zodat je geen last meer hebt van het elastiek
op het voordek. Er is ook een ander type trapeze gemonteerd dan bij ons.
(zie ook verslag over SP).
De hangbanden hebben we als extra optie
door Zaadnoordijk laten monteren. Ze waren in het in het midden op het polyester
tussenstuk vrij strak vast gemonteerd. Onbruikbaar op deze manier omdat ik er
met mijn voeten niet bij kon als ik op de rand zat. We hebben een andere constructie
geprobeerd met instelbare losse touwtjes, maar toen kwamen de handbanden los
op de grond te liggen waardoor ze nog te lastig te gebruiken waren. We willen
nog een oplossing proberen met een elastiek aan de gangboord zodat de band omhoog
blijft hangen.. Wie een goede oplossing weet mag het zeggen. Aan de zijkant
van de boot kunnen ze ook moeilijk bevestigd worden omdat de vlonders nog wel
geopend moeten kunnen worden.
Op de demo boot van Sailing Point
hadden ze handbanden over de hele lengte gemonteerd. We hebben ze in de haven
even uitgeprobeerd en deze leken wel te voeldoen. Misschien moet er nog een
elastiek constructie met een bevestiging aan de gangboorden zodat je er gemakkelijker
bijkan en een mogelijkheid om ze nog wat te kunnen stellen.
Masttrim
Onze Centaur heeft een achterstag met een
spanner met daaronder een splitsing (omgekeerde V) waarbij de verstaging op
twee plaatsen achterop de boot is bevestigd. Met de spanner is het mogelijk
om de achterstag een klein beetje strakker of losser te zetten. Tijdens het
zeilen is dit niet goed te doen. Bij harde wind is het heel handig om de achterstag
te kunnen aantrekken. Hiermee trek je het bovenste deel van de mast een paar
centimeter naar achter. Doordat de voorstag lager aangrijpt, blijft het onderste
deel op zijn plaats. Op die manier wordt het grootzeil vlakker. Het is moeilijk
voor te stellen, maar het werkt wel degelijk; het effect is dat de boot direct
minder schuin gaat. Het aantrekken van de achterstag is een goed alternatief
voor een rif in het grootzeil. Omdat de achterstag met de bestaande constructie
niet goed getrimd kon worden hebben we er een aanpassing op gemaakt zodat we
tijdens het zeilen de achterstag losser of vaster kunnen zetten Hiervoor hebben
we onder de splitsing op iedere kant een staalwieltje bevestigd, die met een
touwtje aan elkaar verbonden zijn. Via een katrolletje dat aan de motorplank
bevestigd is wordt het touwtje begeleid naar een klemmetje vlak naast het roer.
 |
 |
Op de foto hierboven
de oplossing van Sailing Point voor de achterstag. Hierbij is aan één kant
een van de driehoek een vertraging (4x) gemaakt waardoor de mast naar achter
kan worden getrimt. Bij deze constructie komt is de krachtenverdeling veel
beter dan onze oplossing (foto links) |
Door het aantrekken van het touwtje wordt
door de twee wieltjes de twee verstagingen naar elkaar toegetrokken, zodat de
achterstag strakker komt te staan en de mast naar achter buigt. Dit is mogelijk
omdat de boot 7/8 getuigd is. Dat wil zeggen dat de voorstag op 7/8 van de mast
bevestigd is en je op deze manier de top van de mast buigt. Onze ervaring is
dat je op deze manier de mast voldoende naar achter kan trekken. Op de Binnenmaas
hebben ze een andere constructie gemaakt waarmee het mogelijk is om via een
vertraging de mast nog verder naar achter te trimmen. Daar hebben ze echter
wel tevens een versterking onder de mast moeten maken omdat anders de mast door
het voordek wordt getrokken.
Zaadnoordijk heeft
nu een achterstagspanner als optie (€78).
Naast de mast trim kan je (als je nieuwe
zeilen daarin voorzien) ook een Cunningham plaatsen. Dat is een lijntje door
een extra oog in het zeil, dat via een talie met de mastvoet verbonden is. Door
de talie aan te trekken wordt het zeil 20 cm boven de giek een paar centimeter
naar beneden getrokken, waardoor het enorm gaat lozen. Het effect is nog sterker
dan de masttrim, maar het werkt een beetje als botte bijl. Je kunt het niet
zo fijn afstemmen als de achterstag. Maar als het naar je gevoel te hard waait,
is het effect meteen een getemde boot.
 |
het gele lijntje is de cunningham. Aan de onderkant zit
het met een harpje verbonden aan de mast (samen met de neerhaler). |
Het onderlijk van het grootzeil kun je je ook trimmen. Voor de wind trek
je het wat minder strak aan zodat er meer bolling in het zeil komt. Wedstrijdgrootzeilen
hebben soms het onderste gedeelte van het grootzeil van een ander slapper doek
(zogenaamde shellfoot) waardoor het effect van het minder strak aanzetten van
het achterlijk groter is: er komt dan meer bolling in het zeil. Ons nieuwe grootzeil
(zie hieronder bij Zeilen) hebben we laten voorzien van een shellfoot.
Om dit gemakkelijk tijdens het zeilen te regelen hebben we twee aanpassingen
gemaakt op de giek. We hebben twee klemmetjes op de giek bevestigd waardoor
een touwtje loopt. Verder hebben we aan de achterkant van van de giek een katrolletje
bevestigd zodat het touwtje waarmee je het onderlijk aantrekt gemakkelijk gesteld
kan worden (zie foto links). Let erop, vooral als je ook aan wedstrijden meedoet,
dat je het klemmetje zodanig naar voren op de giek zet, dat je tijdens het voor
de wind varen het nog kan verstellen zonder de hele giek naar binnen te hoeven
trekken (zie foto rechts). We hebben bij de Centaurs op de Binnenmaas mooiere
oplossingen gezien waarbij het aantreksysteem in de giek was bevestigd, maar
deze oplossing is gemakkelijker te maken en voldoet ook.
In de nieuwe giek is een achterlijk strekker ingebouwd,
zodat je tijdens het zeilen gemakkelijk het onderlijk van het zeil losser of
vaster kan zetten.
Bedenk goed wat je met je boot wil. Als
je wilt wedstrijdzeilen is het de moeite waard om goed op te letten welke zeilen
je aanschaft. Het door de Vries Sails meegeleverde grootzeil vonden we tegenvallen.
Na een half jaar (intensief) zeilen vertoonde het knikken bij de zeillatten
en was het uitgelubberd.
Een oprol wedstrijdzeiltje van Mylar zoals
gemaakt door Hagoort of Kort & Smit behoud zijn vorm veel beter, loopt sneller,
maar is wel lastiger in het gebruik, omdat het niet mag vouwen.
Ja, onze boot (C2259, bouwjaar 2001) “loopt
sneller uit het roer”, dan ik van andere Centaurs gewend ben. Dat betekent dat
de boot de neiging heeft als hij schuin gaat (meestal dus bij harde wind) niet
meer op het roer te reageren en dan op te loeven en zo tegen de wind in te draaien
of overstag te gaan. Je kunt trekken wat je wilt aan het roer, maar de boot
reageert niet. Remedie is om de boot tijdig òf op te loeven, òf de zeilen te
vieren. Je moet er dus voor zorgen dat de boot steeds rechtop gevaren wordt.
Dit jaar hadden we zelfs bij halver
wind dat de boot tijdens een wedstrijd uit het roer liep. Het was wel windkracht
5 en we hadden "de losse broek" wat gevierd. In een vlaag liep de boot uit het
roer en werden we door drie boten ingehaald (omdat we stil lagen). Het roer
oppervlak is vrij klein, maar steekt wel even diep als de kiel. Zonder veel
weerstandtoename kan het roerblad wel worden vergroot zolang je maar zorgt dat
het roer de druppelvorm behoud. Ik zou een groter roerblad zeker plezierig en
veiliger vinden. We hebben dit bij de dealer neergelegd, maar het commentaar
van Maas (de ontwerper van de Centaur nieuwe romp) was dat "deze mensen niet
kunnen zeilen". Het lijkt er dus op dat de bouwer/ontwerper aan het roer voorlopig
niets wil veranderen.
De plaatsing van verstaging, romp, kiel,
motorplankje en roer van onze boot verschilt van eerder gebouwde boten.
De mallen
Van de bouwer hoorde we dat toen de Centaur
mallen versleten waren ze door Frans Maas opnieuw een ontwerp hebben laten maken.
De oude tekeningen stonden nog op behangpapier en waren onbruikbaar. Bovendien
bleek dat de oude mallen niet symmetrisch waren. Volgens ons heeft hij goed
werk gedaan en is de boot een stuk sneller geworden en plezieriger om mee te
varen. Echter als je hem als tourboot ook met wat hardere wind gebruikt zal
je merken dat hij sneller schuin gaat en uit het roer kan lopen.
Kiel en romp
Vergeleken met de oudere modellen is het
roer een stuk kleiner en de kiel stakker van vorm. Daarnaast staat de zijverstaging
meer naar binnen op de boter waardoor de fok/genua strakker kan worden aangetrokken
en de boot hoger aan de wind gevaren kan worden. Boten die uit dezelfde mal
gegoten zijn als onze boot zijn te herkennen aan het geïntegreerde monterplankje.
Iets oudere modellen (zoals bv de 2015) hebben een motorplankje wat aan de boot
geschroefd zit. Ook de verstaging staat bij dit iets oudere model meer naar
buiten, maar dat is alleen te zien door ze met elkaar te vergelijken.
Je hebt vroeger ook Centaurs gehad met
een ophaalbare kiel zodat de boten makkelijker trailerbaar zijn. Ik heb echter
begrepen dat deze boten minder stabiel zijn en ook minder hoog aan de wind varen.
Ze worden ook niet meer gebouwd. Vorig jaar voer er een
Centaur met ophaalbare kiel mee met de woensdagavondwedstrijden. De boot liep
voor geen meter. Ik heb ook gehoord dat de Centaurs met ophaalbare kiel daar
vaak lekken. Ik zou dus kiezen voor een andere boot als je persé een boot met
ophaalbare kiel wilt.
Verstaging, mast en tuigage
In de loop der jaren is er heel wat aan
de Centaur veranderd. In 1960 werden er nog Centaurs met gaffeltuigen verkocht
(zie oude folder). De mast is in het begin van hout geweest. Later werd hij
op een kogel uitgevoerd. Verder heb je Centaurs waarbij de mast via een scharnier
draait (ook onze oude Centaur) en met een grote harp wordt vastgezet. Onze mast
is nu van aluminium en heeft vaste zalingen. Bij de nieuwe boten lopen de vallen
(voor het hijsen van de fok en het grootzeil) door de mast (zijn we ooit een
hele tijd mee bezig geweest om hem er weer uit te peuteren toen we een val niet
goed hadden vastgezet en in de mast was geschoten). Met klemmen kun je de vallen
aantrekken. We vinden de klemmen wel erg handig omdat het heel gemakkelijk is
om ze voor de wind omhoog te zetten om de zeilen losser te zetten zodat ze meer
bollen.
Inmiddels hebben we de klem van de
fokkenval vervangen door een bierstrekker. Dit is een boxje met daarin een aantal
malen vertraagd (4 of 8x) aan de val trekt. Hierdoor kun je met minder kracht
en gemakkelijker de fok onder het zeilen wat losser zetten. Ook kunnen
we nu beter (bijvoorbeeld na het Spinakeren) de fok onder het zeilen weer hijsen
en toch strak genoeg krijgen.
Ook de verstaging liep vroeger door het
dek en is nu op het dek bevestigd. Bij de verstaging door het dek heb je altijd
last van water in de boot dat via de verstaging naar binnen loopt, dat is opgelost
met de verstaging op het dek.
Leioog en rattelblok fokkeschoot
De fokkenschoot loopt door een oog op een
rail en gaat vervolgens door een Frederiksen ratelblok naar een klem. Het oog
is instelbaar en dat is handig want afhankelijk van je zeil (fok, genua of rolfok)
en de wind kun je het oog meer naar voren of achter verplaatsen. Het ratelblok
is geplaatst op een verhoging en past precies onder de deksel (daarvoor is een
verhoging in de deksel gemaakt. De rail en ratelblok vinden we een grote verbetering
t.o.v. een vast oog en ook het ratelblok loopt soepel. Het klemmetje waarin
je de schoot vastzet hebben we na enige tijd vervangen door een Harken klemmetje.
De klem werkte alleen als je de fok aantrok en je kon hem niet zonder veel kracht
naar beneden duwen. Ook het loshalen van de fokkenschoot als die onder druk
stond leverde met de oude klem soms problemen op. Het is dan heel moeilijk om
hem eruit te krijgen. Dit kan tot gevaarlijke situatie leiden. Wiebe met zijn
(C2289) ging bij harde wind overstag,
maar de bemanning kreeg de fok niet uit de klem. Deze bleef bak staan waardoor
de boot veel water schepte. Dus het is erg belangrijk om een goedwerkende fokkenklem
te hebben: vervangen die klem!
We hebben als zo veel andere zeilers van
de Centaurclub een extra grote genua gekocht (zie beschrijving
grote genua). Dit zeil is eigenlijk net 15 cm te lang waardoor de bestaande
blokken en rail niet gebruikt kunnen worden. We hebben daarom de rail
verlengd en een tweede Frederiksen ratelblok (kleiner formaat) achter het grote
Frederiksen geplaatst. Hierdoor maakt de schoot die uit het ratelblok komt een
hoek met de klem wat niet ideaal is. Het oude blok hebben we laten staan omdat
wel geschikt is voor de stormfok of rolfok (of een iets kleinere genua). Het
was niet mogelijk om de klem ook te verzetten omdat die op een verhoging en
het deksel dan niet meer past. Volgend jaar zijn we van plan een nieuwe genua
te laten maken bij Haagort, met een onderlijk dat 15 cm korter is, zodat het
in de bestaande blokken past.
Deksel
De nieuwe deksel past gewoon goed op de
boot en sluit hem regenvrij af. Wij zetten hem altijd toch nog met een enkel
touwtje vast om te voorkomen dat de deksel met storm wegwaait. Het valt ons
op dat vrijwel niemand dit doet, terwijl je deksel lelijk kan beschadigen als
hij een keer mocht wegwaaien en het vastzetten weinig moeite kost.
Vooral voor degene die alleen zeilen
en de deksel er moeilijk af kunnen krijgen is er voor de Centaur nu ook een
makkelijk te bevestigen dektent te verkrijgen bij de dealer.
Antislip vlonders en dek
De vlonders op de Class zijn antislip gemaakt.
Ik vind het persoonlijk iets minder mooi, maar het werkt wel erg goed. Het dek
is antislip, maar dat had mijn oude boot ook.
Roerkoker/hellegatskoker
De roerkoker was vroeger van staal, met
als gevolg dat hij na 20 tot 25 jaar ging doorroesten. In de nieuwe boten is
de koker nu van roest vrijstaal. De nieuwe boten zijn voorzien van een roestvrijstalen
giek.
Zelflozers
Volgens mij hebben allen de nieuwe Class
boten zelflozers en heb je dat niet op de oude modellen. Tot afgelopen zondag
vonden we het eigenlijk ondingen. Het water werd alleen geloosd als je behoorlijk
schuin ging en dat probeerde je nu juist te voorkomen, zeker in de wedstrijd.
De zelflozers zijn boven het wateroppervlak gemonteerd. Afgelopen zondag hadden
we onze eerste wedstrijd van het seizoen en er stond een flinke wind kracht
5 á 6 denk ik met wat golfjes. Afijn we kregen aardig wat water binnen over
het voordek en via de benen van de bemanning in de trapeze zodat op een gegeven
moment het water boven de vlonders uitkwam. Snel de zelflozers opengezet en
het meeste water ging weer uit de boot en we konden lekker doorzeilen. Van de
boten zonder zelflozers hoorde we dat ze echt met de hand water moesten hozen,
omdat de boot vol kwam te staan en ze hierdoor veel snelheid verloren.
Na gebruik wel goed opletten dat ze goed
zijn afgesloten als je stopt met zeilen anders loopt je boot alsnog vol.
De zelflozers worden nu wel onder
de waterlijn gemonteerd.
Giek
en gieksteun
Je ziet nogal wat Centaurs met een kromme
giek. Blijkbaar is die niet sterk genoeg geconstrueerd. Op de Binnenmaas hebben
vrijwel alle boten een kromme giek en heeft zeilmaker Kort en Smit hiervoor
de zeilen op aangepast. Onze Centaur is voorzien van een holle aluminium giek,
die op een vast punt op de mast wordt gemonteerd. Dit heeft als nadeel dat je
de hoogte van de giek niet kunt variëren (door de zeilen wat hoger te hijsen)
en de giek vrij laag hangt. Het zeilen van de zeilen gaat wel een stuk gemakkelijker
dan bij de Centaurs waar je de giek met een klemmetje naar beneden moest trekken.
We hebben deze voorzien van twee klemmetjes via popnagels bevestigd om tijdens
het zeilen het achterlijk van het grootzeil te kunnen trimmen. Door tenminste
één van de klemmen ver genoeg naar voren te zetten is trimmen ook nog mogelijk
als je voor de wind zeilt zonder het zeil naar binnen te hoeven halen. De gieksteun
is van roestvrijstaal en wordt op een speciaal daarvoor gemaakte plaats aan
de basis van de helmstop geplaatst. Op onze oude boot was die van staal en gaf
steeds roest af op plaatsen waarin hij in de boot lag.
De grootschoot kun je in een soort holle
rail onder aan de giek op de juiste plaats schuiven. Hij heeft geen vast plaats
zoals bij de oudere boten, maar kan eventueel met een klein schroefje worden
vastgezet.
De boot is voorzien van een giekneerhouder.
Wat ontbrak was een extra harpje om de giek gemakkelijk los te kunnen
maken bij het aftuigen. Op de oude manier moet je de harp waar de mast mee vast
zit losmaken, wat natuurlijk niet wenselijk is. Op mijn oude boot heb ik de
neerhouder zelf moeten maken.
Voor het varen voor de wind is een spinakerboom
aan te raden, waarmee je de fok aan de andere kant dan je grootzeil uitboomt.
De Centaur zal dan harder gaan. Denk er wel aan dat je voor de grote genua ook
een extra (liefs uitschuifbare) spinaker boom nodig hebt.
De Centaur 2004 is voorzien van een
nieuwe giek en mast die veel beter zijn afgewerkt dan de "2001 versie". De giek
heeft nu een afgewerkte achterkant zodat er minder kans is op gemene bezeringen
aan de open giek. Het harpje bij de mast is vervangen, maar de giek zit nog
steeds op een vast plaats op de mast. De constructie is echter volledig gewijzigd
en voorzien van lummelbeslag. Zie
het verslag over de Centaur SP voor meer informatie.
Spinaker
De Centaur werd zonder spinaker geleverd.
Het is een hele tour om uit te vinden wat je hiervoor allemaal nodig hebt aan
beslag en op welke plaats je het moet monteren. Inmiddels is er bij Zaadnoordijk
een optie voor de spinaker (€1030), maar die had je niet toen wij de boot kochten.
Als eerste hadden we een “standaard” Spinaker bij de Vries voor een Centaur
gekocht. Uiteindelijk was een hele verbouwing op de boot noodzakelijk. Keerblokjes
konden we bij Zaadnoordijk kopen. Die hadden we eerst op aanraden van de bouwer
op het breedste stuk van de boot gemonteerd. De spinakerval hebben we door de
mast getrokken waarvoor nog genoeg ruimte was (wel opletten dat de spinakerval
niet met de andere vallen in de knoop raakt. Een verstelbaar elastiek om de
spinakerboom te monteren, haakje voor de Barberholers, klemmen voor om de schoot
te kunnen vastzetten.
Onze eerste Spinaker bleek eigenlijk te
klein en niet veel winst te geven boven onze grote genua. Vervolgens zijn we
overgegaan op een Ynling Spinaker, die wel twee keer zo groot is en waar alle
Centaurs op de Binnenmaas mee zeilen (zie foto's
Centaurregatta). De keerblokjes moesten daarom naar achter worden verplaatst.
We hebben ook nog gaten door het dek geboord (vallen wel net onder de deksel)
om de schoot de kuip in te begeleiden en teveel verwarring met de fokkenschoot
te vermijden.
 |
l
links: Onze eerste (kleine) Spinaker. Hierboven Schootdoorvoer en keerblokje
achterop.
|
Waar nu de keerblokjes zitten waren oorspronkelijk
twee kikkers om de boot mee te kunnen vastleggen gemonteerd. Daarvan hebben
we er een verplaatst naar het midden van het achterdek.
We zijn nu aan het experimenteren en tegelijkertijd
leren met de spinaker te zeilen, dus later meer.
De spinaker die nu (als optie) bij
de Centaur wordt geleverd zit wat betreft grootte tussen de originele en Yngling
spinaker in (18 m2). De eerste Centaur spinaker was 14,5 m2 en een yngling spinaker
meen ik 24 m2. Afhankelijk van de grootte van de spinaker moet het beslag komen.
Bij de Ynling spinaker is het nodig dat de keerblokken helemaal achterop de
boot komen. De lengte van de spinakerboom is afhankelijk van de grootte van
de spinaker. Bij de Yngling spinaker voldeed een boom van 2,2m het best.
Conclusie
Wat ons betreft is het zekere aantrekkelijk
om een nieuwe Centaur te kopen. Het ontwerp van de romp is beter en sneller,
veel materialen zijn duurzamer en hij is waterdicht afgesloten zodat je desgewenst
je zeilen aan boord kan laten. De mast is gemakkelijker te hijsen en te strijken
(t.o.v. een mast op een kogel). Ook het optuigen en het hijsen van de zeilen
gaat gemakkelijk en de mast draait niet mee zoals we bij de mast op de kogel
vaak hadden. Ook het aantrekken van de fok en grootzeil tijdens het zeilen gaat
gemakkelijker. Doordat het staand want meer naar binnen staat kan hij hoog aan
de wind varen. Hoewel ik met ons oude bootje altijd met veel plezier gevaren
heb, zeilt deze boot wat ons betreft toch een stuk beter!
We vinden het alleen jammer dat de Centaurbouwer
zich uitdrukkelijk alleen op de recreatiezeiler richt en geen belangstelling
heeft voor de wedstrijdzeilers. Je moet zelf alles trimbaar maken omdat er geen
voorzieningen voor zijn. Ook de zeilen die standaard meegeleverd worden (gemaakt
door de Vries Sails) zijn alleen geschikt voor tourzeilen. (De Vries levert
wel wedstrijdzeilen, maar daar hebben we geen ervaring mee).
Nawoord: gelukkig heeft Sailing Point
zich nu ook sterk gemaakt voor wedstrijduitvoeringen van de Centaur en maken
veel (standaard) aanpassingen aan de Centaur model 2004 trimmen eenvoudiger.
Er zijn nu veel meer optiepakketten leverbaar zodat je je nieuwe Centaur meer
op maat kan laten afleveren dan voorheen het geval is. Er is dus wel degelijk
goed naar de klant geluisterd!
|